beken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Woordafbreking
  • be·ken

Werkwoord

vervoeging van
bekennen

bekén

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekennen
    Ik bekén.
  2. gebiedende wijs van bekennen
    Bekén!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bekennen
    Bekén je?

Zelfstandig naamwoord

béken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord beek


Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
beken
beken
volledig

Werkwoord

beken

  1. bekennen
    «Beken maar jy is die skuldige!»
    Beken maar dat jij de schuldige bent!


Indonesisch

Woordherkomst en -opbouw

Bijvoeglijk naamwoord

beken

  1. bekend
  2. beroemd
Verwante begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen