bekanen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ka·nen
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van kaan.
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bekanen
bekaande
bekaand
zwak -d volledig

Werkwoord

bekanen

  1. (ergatief) (verouderd) met een vlies of laag schimmel bedekt raken
    Het bier was bekaand.