behield
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- be·hield
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| behouden |
behield
- enkelvoud verleden tijd van behouden
- Ik behield.
- Jij behield.
- Hij, zij, het behield.
- Ik behield.
| vervoeging van |
|---|
| behouden |
behield