behandel
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- be·han·del
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| behandelen |
behandel
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van behandelen
- Ik behandel.
- gebiedende wijs van behandelen
- Behandel!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van behandelen
- Behandel je?