behandel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·han·del

Werkwoord

vervoeging van
behandelen

behandel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van behandelen
    Ik behandel.
  2. gebiedende wijs van behandelen
    Behandel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van behandelen
    Behandel je?