behalen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ha·len
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van halen met het voorvoegsel be-
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
behalen
behaalde
behaald
zwak -d volledig

Werkwoord

behalen

  1. (overgankelijk) een diploma of certificaat verwerven
    Nadat hij zijn zwemdiploma had behaald mocht hij in het diepe bad zwemmen.
Vertalingen