behalen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·ha·len
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| behalen |
behaalde |
behaald |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
behalen
- (overgankelijk) een diploma of certificaat verwerven
- Nadat hij zijn zwemdiploma had behaald mocht hij in het diepe bad zwemmen.