begroeten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·groe·ten
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
begroeten
begroette
begroet
zwak -t volledig

Werkwoord

begroeten

  1. (overgankelijk) bij de ontmoeting een teken van erkenning en welwillendheid geven aan iemand
    Wij werden begroet door de secretaresse.
Vertalingen