begrenzen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·gren·zen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| begrenzen |
begrensde |
begrensd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
begrenzen
- (overgankelijk) beperken, limiteren
- Vanaf januari wordt de snelheid verder begrensd.
- (overgankelijk) als nabuur hebben
- Dit land wordt begrensd door de oceaan aan de ene zijde en het Andesgebergte aan de andere.
Vertalingen
1. beperken, limiteren