begeven
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·ge·ven
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| begeven |
begaf |
begeven |
| klasse 5 | volledig | |
Werkwoord
begeven
- (wederkerend) zich ~: ergens heen gaan
- Zij begaven zich naar de abdij van Westminster.
- (inergatief) het ~: niet langer aan de druk weerstand kunnen bieden
- Een van de tentpalen begaf het en de tent stortte gedeeltelijk ineen.