bef
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- bef
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bef | beffen |
| verkleinwoord | befje | befjes |
Zelfstandig naamwoord
- (kleding) een kanten lapje dat op de borst gedragen werd in vroeger eeuwen [1]
- De bef was eigenlijk een soort slabbetje.
- (informeel) vrouwelijk geslachtsdeel [2]
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| beffen |
bef
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beffen
- Ik bef.
- gebiedende wijs van beffen
- Bef!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beffen
- Bef je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.