bedrieger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord bedrieger bedriegers
verkleinwoord bedriegertje bedriegertjes
Woordafbreking
  • be·drie·ger

Zelfstandig naamwoord

bedrieger m

  1. iemand die een ander om de tuin leidt voor persoonlijk gewin
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen