bedotten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- be·dot·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| bedotten |
bedotte |
bedot |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
bedotten
- (overgankelijk) iemand bedrieglijk in een waan brengen, gewoonlijk spelenderwijs
- Ze hadden hem ermee bedot en nu stond hij een beetje voor aap.