bedondert
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- be·don·dert
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| bedonderen |
bedondert
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedonderen
- Jij bedondert.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedonderen
- Hij bedondert.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van bedonderen
- Bedondert!