bedel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·del
enkelvoud meervoud
naamwoord bedel bedels
verkleinwoord bedeltje bedeltjes

Zelfstandig naamwoord

bedel m

  1. gewoonlijk verkleinwoord een meest zilveren figuurtje dat aan een armband gehangen wordt
    Hoe vind je mijn nieuwe bedeltjes?

Werkwoord

vervoeging van
bedelen

bedel

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedelen
    Ik bedel.
  2. gebiedende wijs van bedelen
    Bedel!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedelen
    Bedel je?
Verwante begrippen