bedeelt
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- be·deelt
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| bedelen |
bedeelt
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedelen
- Jij bedeelt.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bedelen
- Hij bedeelt.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van bedelen
- Bedeelt!