bedankten
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- be·dank·ten
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| bedanken |
bedankten
- meervoud verleden tijd van bedanken
- Wij bedankten.
- Jullie bedankten.
- Zij bedankten.
- Wij bedankten.
| vervoeging van |
|---|
| bedanken |
bedankten