bebost

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·bost

Werkwoord

vervoeging van
bebossen

bebost

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bebossen
    Jij bebost.
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bebossen
    Hij bebost.
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van bebossen
    Bebost!
  4. voltooid deelwoord van bebossen