beantwoord

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • be·ant·woord

Werkwoord

vervoeging van
beantwoorden

beantwoord

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beantwoorden
    Ik beantwoord.
  2. gebiedende wijs van beantwoorden
    Beantwoord!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beantwoorden
    Beantwoord je?
  4. voltooid deelwoord van beantwoorden


Afrikaans

Uitspraak
  • IPA: /bə.ʔˈɐnt.vuə̯rt/
stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
beantwoord
beantwoord
volledig

Werkwoord

beantwoord

  1. beantwoorden