beantwoord
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- IPA: /bə.ʔˈɑnt.ʋɔːrt/
Woordafbreking
- be·ant·woord
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| beantwoorden |
beantwoord
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beantwoorden
- Ik beantwoord.
- gebiedende wijs van beantwoorden
- Beantwoord!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van beantwoorden
- Beantwoord je?
- voltooid deelwoord van beantwoorden
Afrikaans
Uitspraak
- IPA: /bə.ʔˈɐnt.vuə̯rt/
| stamtijd | |
|---|---|
| infinitief | voltooid deelwoord |
| beantwoord |
beantwoord |
| volledig | |
Werkwoord
beantwoord