baste

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Woordafbreking
  • bas·te

Werkwoord

vervoeging van
bassen

baste

  1. enkelvoud verleden tijd van bassen
    Ik baste.
    Jij baste.
    Hij, zij, het baste.


Spaans

Werkwoord

vervoeging van
bastar

baste

  1. aanvoegende wijs eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van bastar.
  2. aanvoegende wijs derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van bastar.
  3. gebiedende wijs (bevestigend en ontkennend) derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (presente) van bastar.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen