bassin

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bas·sin
enkelvoud meervoud
naamwoord bassin bassins
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bassin o

  1. bekken met een ondoorlaatbare bodem waarin water opgelagen kan worden.
    Het bassin moet weer schoongemaakt worden.
Persoonlijke instellingen