basis

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·sis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord basis bases, basissen
verkleinwoord basisje basisjes

Zelfstandig naamwoord

basis v

  1. grondslag
  2. (militair) militaire nederzetting
  3. (bouwkunde) datgene waarop een lichaam steunt of rust, grondvlak, fundament, fundering
  4. (wiskunde) grondvlak of grondlijn van een wiskundige figuur
  5. (wiskunde) grondgetal van een talstelsel
  6. (sport) spelersgroep die aan een wedstrijd begint
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord basis basisse

Zelfstandig naamwoord

basis

  1. basis


Engels

enkelvoud meervoud
basis bases

Zelfstandig naamwoord

basis

  1. draagvlak


Indonesisch

Woordafbreking
  • ba·sis
Woordherkomst en -opbouw

Zelfstandig naamwoord

basis

  1. basis
Synoniemen