baseren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ba·se·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| baseren |
baseerde |
gebaseerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
baseren
- (overgankelijk) ~ op: gronden, doen steunen
- Hij baseerde die conclusie op misleidende gegevens.
- (wederkerend) zich ~ op: steunen op, uitgaan van
- Hij baseerde zich op een uitspraak van de raad uit 1923.
Vaste voorzetsels
- baseren op
Verwante begrippen
Vertalingen
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.