baodem

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Limburgs

Uitspraak

Zelfstandig naamwoord

baodem m

  1. (Hooglimburgs) bodem
    «'t Sjeep dij zinke baodemes
    Het schip zonk naar de bodem.
Verbuiging
Afgeleide begrippen