bangheid

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bang·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van bang met het achtervoegsel -heid.
enkelvoud meervoud
naamwoord bangheid -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bangheid v

  1. een toestand van schrik
    Bij bangheid gaat het hart sneller slaan.
  2. het gauw bang zijn
    Je zal je bangheid voor het donker moeten proberen af te leren.
Synoniemen
Vertalingen