banen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ba·nen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| banen |
baande |
gebaand |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
banen
- (wederkerend) zich een weg ~: een pad maken waar er geen was, resoluut doordringen in iets
- Hij heeft zich een weg door het oerwoud gebaand.
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
1. zich een weg ~: een pad maken waar er geen was, resoluut doordringen in iets
Zelfstandig naamwoord
banen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord baan
Deens
Woordafbreking
- ba·nen
Zelfstandig naamwoord
banen, g
- bepaalde vorm nominatief enkelvoud van bane