baluster

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·lus·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord baluster balusters
verkleinwoord balustertje balustertjes

Zelfstandig naamwoord

baluster m

  1. een verticale zuil of spijl van bijvoorbeeld een trap of leuning, in het bijzonder dienend ter afsluiting en vaak sterk geprofileerd
    De baluster vormt een onderdeel van de balustrade.
Synoniemen
Afgeleide begrippen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen