balloteren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bal·lo·te·ren
Woordherkomst en -opbouw


stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
balloteren
balloteerde
geballoteerd
zwak -d volledig

Werkwoord

balloteren

  1. (overgankelijk) stemmen over iemands toelating bij een sociëteit of vereniging
    Ze balloteerden over de toelating van meneer Jansen.
    Meneer Jansen werd geballoteerd tot nieuw lid op voordracht van meneer Pietersen.
  2. (inergatief) het heen en weer bewegen van een voorwerp in een vloeistof
    Het balletje balloteerde in het water.
  3. (inergatief) (België) herstemmen
    Nadat ze voor de tweede keer geballoteerd hadden, werd hij toch toegelaten tot de vereniging.
Verwante begrippen
Vertalingen
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen