balloteren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: balloteren (hulp, bestand)
- IPA: /bɑlɔ'terə(n)/
Woordafbreking
- bal·lo·te·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| balloteren |
balloteerde |
geballoteerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
balloteren
- (overgankelijk) stemmen over iemands toelating bij een sociëteit of vereniging
- Ze balloteerden over de toelating van meneer Jansen.
- Meneer Jansen werd geballoteerd tot nieuw lid op voordracht van meneer Pietersen.
- (inergatief) het heen en weer bewegen van een voorwerp in een vloeistof
- Het balletje balloteerde in het water.
- (inergatief) (België) herstemmen
- Nadat ze voor de tweede keer geballoteerd hadden, werd hij toch toegelaten tot de vereniging.