balkon
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | balkon | balkons |
| verkleinwoord | balkonnetje | balkonnetjes |
Zelfstandig naamwoord
balkon o
- een bouwkundig onderdeel.
- een bepaalde plaats in tram of trein.
- een rang in een theater of bioscoop.
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.

