bakzeil

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bak·zeil
enkelvoud meervoud
naamwoord bakzeil
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bakzeil o

  1. een zeil dat aan bakboord gevoerd wordt, en dat de schipper verplicht voorrang te verlenen
    Hij moest bakzeil halen.
    «Hij zag zich gedwongen (toch) de tegenpartij voor te laten gaan»
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen