bagger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bag·ger
enkelvoud meervoud
naamwoord bagger -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bagger v/m

  1. opgebaggerd sediment, natte modder
    Je hebt bagger aan je laarzen. Doe ze uit!
  2. (figuurlijk), (informeel) iets slechts, iets waardeloos
    Ik vind het allemaal bagger.
  3. tropische zuigvis
Afgeleide begrippen

Meer informatie


Werkwoord

vervoeging van
baggeren

bagger

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van baggeren
    Ik bagger.
  2. gebiedende wijs van baggeren
    Bagger!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van baggeren
    Bagger je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen