bagage

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·ga·ge
enkelvoud meervoud
naamwoord bagage -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

bagage v

  1. een verzameling van eigendommen
    De bagage van de reiziger paste maar net in de koffer.
  2. (figuurlijk) iets dat men voortdurend in zich meedraagt en ervaart
    Emotionele bagage.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen