badet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: bådet

Deens

Woordafbreking
  • ba·det

Werkwoord

badet

  1. voltooid deelwoord van bade

Zelfstandig naamwoord

badet, o

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van bad


Duits

Woordafbreking
  • ba·det

Werkwoord

badet

  1. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd aantonende wijs  van baden

badet

  1. tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd aantonende wijs  van baden

badet

  1. tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd aanvoegende wijs  van baden

badet

  1. tweede persoon meervoud tegenwoordige tijd gebiedende wijs  van baden


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·det
Woordherkomst en -opbouw
  • Bijvoeglijk gebruik van het voltooid dellwoord van het Noorse werkwoord bade met het achtervoegsel -t.
Naar frequentie 2057
stellend vergrotend overtreffend
onbepaald
(sterk)
m/v enkelvoud badet
o enkelvoud badet
meervoud badede
badete
bepaald
(zwak)
enkelvoud en
meervoud
badede
badete

Bijvoeglijk naamwoord

badet

  1. gebaad
Schrijfwijzen

Werkwoord

badet

  1. verleden tijd van bade
  2. voltooid deelwoord van bade
Schrijfwijzen

Zelfstandig naamwoord

badet, o

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van bad


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·det

Zelfstandig naamwoord

badet, o

  1. bepaalde vorm nominatief enkelvoud van bad