bade

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·de

Werkwoord

vervoeging van
baden

bade

  1. aanvoegende wijs van baden


Deens

Woordafbreking
  • ba·de
Naar frequentie 5419
stamtijd
onbepaalde
wijs
tegenwoordige
tijd
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bade
bader
badede
badet
volledig

Zelfstandig naamwoord

bade, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van bad


Noors

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·de
Naar frequentie 4402
vervoeging
onbepaalde wijs bade
tegenwoordige tijd bader
verleden tijd bada
badet
voltooid
deelwoord
bada
badet
onvoltooid
deelwoord
badende
lijdende vorm bades
gebiedende wijs bad
vervoegingsklasse Klasse 1 zwak
opmerking

Werkwoord

bade

  1. (onovergankelijk) baden, zwemmen
    «I ferien badet vi hver dag.»
    In de vakantie baadden wij elke dag.
  2. (onovergankelijk) (figuurlijk) baden
    «Snøfjellene lå badet i sol.»
    De besneeuwde bergen lagen gebaad in zonneschijn.
  3. (overgankelijk) iemand baden
    «Vi badet barna.»
    Wij baadden de kinderen.
  4. dopen, soppen


Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: bade i sjøen
zwemmen in de zee
  • [2]: være badet i svette
baden in het zweet (letterlijk: gebaad zijn in zweet))
  • [3]: bade føttene
pootjebaden


Nynorsk

Uitspraak
Woordafbreking
  • ba·de
vervoeging
onbepaalde wijs bade
bada
tegenwoordige tijd badar
verleden tijd bada
voltooid
deelwoord
bada
onvoltooid
deelwoord
badande
lijdende vorm badast
gebiedende wijs bad
bada
bade
vervoegingsklasse Klasse 1 zwak
opmerking

Werkwoord

bade

  1. (onovergankelijk) baden, zwemmen
  2. (onovergankelijk), (figuurlijk) baden
    «Landskapet låg bada i sol.»
    Het landschap lag gebaad in zonneschijn.
  3. (overgankelijk) iemand baden
    «Vi bada ungene.»
    Wij baadden de kinderen.
  4. dopen, soppen
Schrijfwijzen


Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: bade i sjøen
zwemmen in de zee
  • [2]: ligge badet i svette
baden in het zweet (letterlijk: gebaad liggen in zweet))