backpacker

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • back·pac·ker
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, afgeleid van backpacken met het achtervoegsel -er
enkelvoud meervoud
naamwoord backpacker backpackers
verkleinwoord backpackertje backpackertjes

Zelfstandig naamwoord

backpacker m

  1. iemand die met alleen een rugzak rondreist
    Leef als een backpacker!
Synoniemen
Verwante begrippen

Meer informatie