backpack
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- back·pack
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| backpacken |
backpack
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van backpacken
- Ik backpack.
- gebiedende wijs van backpacken
- Backpack!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van backpacken
- Backpack je?