baalden
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- baal·den
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| balen |
baalden
- meervoud verleden tijd van balen
- Wij baalden.
- Jullie baalden.
- Zij baalden.
- Wij baalden.
| vervoeging van |
|---|
| balen |
baalden