autoriteit
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: autoriteit (hulp, bestand)
Woordafbreking
- au·to·ri·teit
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | autoriteit | autoriteiten |
| verkleinwoord | autoriteitje | autoriteitjes |
Zelfstandig naamwoord
autoriteit v
- de overheid
- Van de autoriteiten mag er niet meer in de cafés gerookt worden.
- een persoon met veel kennis op een bepaald gebied
- Hij is een autoriteit op het gebied van wiskunde.