autonomie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: Bestand bestaat nog niet. Aanmaken?
- IPA:
- (Noord-Nederland): /ʌʊ̯.to.no.ˈmi/
- (Vlaanderen, Brabant): /ɔʊ̯.to.no.ˈmi
- (Limburg): /aʊ̯.to.no.ˈmi/
Woordafbreking
- au·to·no·mie
Woordherkomst en -opbouw
- met het voorvoegsel auto- met het achtervoegsel -nomie
- afgeleid van autonoom met het achtervoegsel -ie
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | autonomie | autonomieën |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
autonomie v
- (politiek) gedeeltelijk zelfbestuur (met de mogelijkheid om zelf wetgeving te maken)
- (filosofie) onafhankelijkheid (van de menselijke geest)
- (techniek) zelfvoorzienendheid (onafhankelijk van externe 'input' en/of energie)
Antoniemen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.