autonomie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·to·no·mie
enkelvoud meervoud
naamwoord autonomie autonomieën
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

autonomie v

  1. (politiek) gedeeltelijk zelfbestuur
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen