autonomie

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·to·no·mie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord autonomie autonomieën
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

autonomie v

  1. (politiek) gedeeltelijk zelfbestuur (met de mogelijkheid om zelf wetgeving te maken)
  2. (filosofie) onafhankelijkheid (van de menselijke geest)
  3. (techniek) zelfvoorzienendheid (onafhankelijk van externe 'input' en/of energie)
Antoniemen


Meer informatie