aura

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • au·ra
enkelvoud meervoud
naamwoord aura aura's
verkleinwoord auraatje auraatjes

Zelfstandig naamwoord

aura v

  1. energieveld dat mensen en ook andere levende wezens zou omgeven.
  2. (medisch) (medisch) beginverschijnselen van een astmatische of epileptische aanval.
Vertalingen

Meer informatie


Engels

Zelfstandig naamwoord

aura

  1. aura (energieveld).


Fins

Zelfstandig naamwoord

aura

  1. (landbouw) ploeg (landbouwwerktuig).
  2. aura (energieveld).


Frans

Werkwoord

aura

  1. derde persoon enkelvoud onvoltooid toekomende tijd (futur simple) van avoir.


Latijn

Zelfstandig naamwoord

aura v

  1. bries
Verbuiging
enkelvoud meervoud
nominatief aura aurae
genitief aurae aurārum
datief aurae aurīs
accusatief auram aurās
vocatief aura aurae
ablatief aurā aurīs
Persoonlijke instellingen