audio
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- au·dio
Woordherkomst en -opbouw
- Van het Latijnse audio, van audire, "horen".
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | audio | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
audio m
- (elektronica) de techniek van het opnemen, verwerken en weergeven van in elektronische signalen omgezet geluid, geluidsverwerkingstechniek
- geluid
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
- akoestiek, auditorium, video, stereo, mono, beeld- en geluidsapparatuur, compact-disk, audicien, horen, hoorbaar, gehoor, geluid, luisteren, toonfrequent
Vertalingen
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.