attaqueren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- at·ta·que·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| attaqueren |
attaqueerde |
geattaqueerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
attaqueren
- (overgankelijk) een aanval openen op iemand
- LeClerc was niet de enige die Burman attaqueerde.[1]
Verwijzingen
- ↑ blz. 179 De Rotterdamse woelreus:de Rotterdamsche Hermes (1720-21) van Jacob Campo Weyerman:
cultuurhistorische verkenningen in een achttiende-eeuwse periodiek
Elly Groenenboom-Draai
Rodopi, 1994