attaqueert
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- at·ta·queert
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| attaqueren |
attaqueert
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van attaqueren
- Jij attaqueert.
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van attaqueren
- Hij attaqueert.
- verouderde gebiedende wijs meervoud van attaqueren
- Attaqueert!