associatie
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
- Geluid: associatie (hulp, bestand)
Woordafbreking
- as·so·ci·a·tie
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van associëren met het achtervoegsel -atie
- afgeleid van het Franse association of daarvoor van het Latijnse 'associatio'
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | associatie | associaties |
| verkleinwoord | associatietje | associatietjes |
Zelfstandig naamwoord
associatie v
- het aan elkaar koppelen of met elkaar in verband brengen
- (economie) een groep onderling samenwerkende (rechts)personen
- (scheikunde) de omkeerbare vereniging van deeltjes tot grotere eenheden
- (biologie) het samen voorkomen van planten en dieren
- (geologie) het samen voorkomen van gesteenten
- (astronomie) een verzameling sterren
Synoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.