assistent
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- as·sis·tent
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | assistent | assistenten |
| verkleinwoord | assistentje | assistentjes |
Zelfstandig naamwoord
assistent m
- een mannelijk persoon die ondersteunt
- Zijn assistent zorgde voor het maken van een nieuwe afspraak.