assimileren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • as·si·mi·le·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
assimileren
assimileerde
geassimileerd
zwak -d volledig

Werkwoord

assimileren

  1. doen opgaan van een minderheidsgroep in een gevestigde gemeenschap, waarbij de geabsorbeerde groep onderscheidende kenmerken verliest
    De politieke partij staat voor een integratiebeleid dat als uiteindelijk doel heeft om de minderheden te assimileren.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen