assimileren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- as·si·mi·le·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| assimileren |
assimileerde |
geassimileerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
assimileren
- doen opgaan van een minderheidsgroep in een gevestigde gemeenschap, waarbij de geabsorbeerde groep onderscheidende kenmerken verliest
- De politieke partij staat voor een integratiebeleid dat als uiteindelijk doel heeft om de minderheden te assimileren.
Vertalingen
1. doen opgaan van een minderheidsgroep in een gevestigde gemeenschap