armzalig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • arm·za·lig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen armzalig armzaliger meest armzalig
verbogen armzalige armzaligere meest armzalige

Bijvoeglijk naamwoord

armzalig

  1. van weinig waarde
    Ze woonden in een armzalig huis, maar waren wel gelukkig.
Vertalingen