armleuning

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een stoel met armleuningen.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • arm·leu·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord armleuning armleuningen
verkleinwoord armleuninkje armleuninkjes

Zelfstandig naamwoord

armleuning v

  1. deel van een meubelstuk (vooral een stoel of een bank) waarop men de arm kan laten rusten
    Een stoel met armleuning.