arbeidsloon

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ar·beids·loon
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord arbeidsloon arbeidslonen
verkleinwoord arbeidsloontje arbeidsloontjes

Zelfstandig naamwoord

arbeidsloon o

  1. inkomsten die men ontvangt door het uitvoeren van werk
    Mijn arbeidsloon wordt meestal rond de 20e gestort.
Synoniemen
Vertalingen