aquarium

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • aqua·ri·um
Woordherkomst en -opbouw
  • Ontleend aan het Latijnse aquarium (of het Latijnse aqua (water) met het achtervoegsel -arium). Dit leenwoord vormt een doublet met het eeuwenoude leenwoord aker.
enkelvoud meervoud
naamwoord aquarium aquaria, aquariums
verkleinwoord aquariumpje aquariumpjes

Zelfstandig naamwoord

aquarium o

  1. een bak met water waarin onderwaterflora en -fauna gehouden wordt met de bedoeling vissen, lagere dieren en/of planten te verzorgen, te tonen en/of te kweken.
    Neem gerust een kijkje naar mijn aquarium vol goudvissen.
Synoniemen
Antoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie


Latijn

Uitspraak
  • IPA: /aˈku̯aːrɪˌʲʊm/
Woordafbreking
  • a·qua·ri·um
Woordherkomst en -opbouw
  • Gesubstantiveerd onzijdig enkelvoud van het bijvoeglijke naamwoord aquarius.

Zelfstandig naamwoord

ăquārĭum o

  1. drinkplaats voor het vee.
Verbuiging
Overerving en ontlening