apply

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Engels

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·ply
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudfranse "aplier", dat van het Latijnse werkwoord applicare (ap + plicare) komt.
  • Engels zelfstandig naamwoord met het voorvoegsel ap-.
Naar frequentie 547
vervoeging
onbepaalde wijs to apply
he/she/it applies
verleden tijd applied
voltooid
deelwoord
applied
onvoltooid
deelwoord
applying
gebiedende wijs apply

Werkwoord

apply

  1. toepassen
  2. aanvragen
    «We applied for a credit card.»
    We hebben een kredietkaart aangevraagd.
  3. solliciteren
  4. gelden