applaudisseren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ap·plau·dis·se·ren
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| applaudisseren |
applaudisseerde |
geapplaudisseerd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
applaudisseren
- (inergatief) in de handen klappen om goedkeuring of bewondering te tonen
- Ze applaudisseerden voor de zanger.