applaudisseren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ap·plau·dis·se·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
applaudisseren
applaudisseerde
geapplaudisseerd
zwak -d volledig

Werkwoord

applaudisseren

  1. (inergatief) in de handen klappen om goedkeuring of bewondering te tonen
    Ze applaudisseerden voor de zanger.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen